Uitzendbeding wordt steeds zieker

Uitzendbeding wordt steeds zieker

De druk op de toepasselijkheid van het uitzendbeding bij arbeidsongeschiktheid neemt steeds meer toe. In navolging op het Gerechtshof Den Haag heeft de rechter in Utrecht op 13 februari 2021 ook geoordeeld dat het uitzendbeding niet rechtsgeldig is, voor zover daarin is bepaald dat de uitzendovereenkomst eindigt doordat de werknemer de bedongen arbeid als gevolg van arbeidsongeschiktheid niet langer kan verrichten. Dit geldt naar het oordeel van de kantonrechter ook voor artikel 14 lid 4 van de ABU-CAO, waarin is uitgewerkt dat in geval van arbeidsongeschiktheid de uitzendovereenkomst wordt geacht te zijn geëindigd op verzoek van de opdrachtgever.

De in artikel 14 lid 4 van de ABU-CAO opgenomen fictie kan niet worden aangemerkt als een actieve handeling van de inlener, die het uitzendbeding ‘activeert’. In beide gevallen is de regeling (bovendien) in strijd met artikel 7:670 lid 1 BW. In dit artikel is, kort gezegd, bepaald dat de werkgever de arbeidsovereenkomst in beginsel niet mag opzeggen tijdens ziekte. In artikel 7:670 lid 13 BW (oud), zoals dit gold tot de inwerkingtreding van de WWZ per 1 juli 2015, was bepaald dat van dit opzegverbod tijdens ziekte bij (onder meer) cao kon worden afgeweken. De afwijking, zoals opgenomen in artikel 14 lid 4 van de ABU-CAO, vormde hiervan een toepassing. Met de invoering van de WWZ per 1 juli 2015 is lid 13 van artikel 7:670 BW echter komen te vervallen. Dit betekent dat het niet meer is toegestaan om bij cao af te wijken van het opzegverbod tijdens ziekte, aldus de rechter in Utrecht.  

De rechter verwijst bij de motivering naar het arrest van het Gerechtshof in Den Haag van 17 maart 2020. Vorig jaar schreef één van onze advocaten, Hendarin Mouselli, hier al een column over voor FlexNieuws. Zij besprak toen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 maart 2020 en waarom zij van mening is dat het doek nog niet is gevallen voor het uitzendbeding. De uitspraak van de rechter in Utrecht brengt naar de mening van Hendarin Mouselli geen verandering in hetgeen zij eerder schreef over de uitleg van het opzegverbod in relatie tot het uitzendbeding.

De vraag is of cao-partijen zijn verleid door deze uitspraken om het uitzendbeding ingeval van arbeidsongeschiktheid te herzien. Het ziet er naar uit dat het uitzendbeding in de nieuwe cao mogelijk zal worden teruggebracht van 78 weken naar 52 weken. Of cao-partijen ook gaan sleutelen aan het bereik van het uitzendbeding is nog maar de vraag. Met de laatste rechtspraak wordt de druk op cao-partijen om in te grijpen in ieder geval opgevoerd.  De vraag is evenwel of de wijze waarop rechters thans naar het uitzendbeding kijken een juiste en enige uitkomst is. Vaak is de verleiding niet aantrekkelijk genoeg om ervoor te bezwijken.

Mocht je vragen hebben over het uitzendbeding dan wel over de betekenis van deze uitspraken voor jouw onderneming, neem dan contact met ons op via info@vrfadvocaten.nl / +31(0)13 - 820 09 52

Nog meer nieuws

Na 25 jaar gebakkelei is flexakkoord 'goed nieuws voor werkenden in onzekerheid'

De bonden en werkgevers zijn het eens over hoe flexwerk in Nederland moet worden veranderd.Dit adviesrapport van de SER betekent een fundamentele koerswijziging voor werkgevers en werknemers. Er komen straks drie arbeidsvormen: een vast contract, zzp’erschap en uitzendwerk. Uitzendkrachten mogen alleen worden ingezet in piekperiodes en bij ziekte en voor een periode van maximaal drie […]

Welke keuze maak ik als opdrachtgever?

In de eerste blog hebben we op vijf elementen een ‘juridische pasfoto’gemaakt van de payrollkracht. In de tweede blog hebben we op acht elementen de rechten van de payrollkracht weergegeven. En dit doen we door een vergelijking te maken met een uitzendkracht en een medewerker in dienst bij jouw eigen onderneming. Uit die twee blogs […]

Rechten payrollkracht: gelijke behandeling

Wanneer eenmaal sprake is van payrolling, heeft de payrollkracht sinds 1 januari 2020 ex artikel 8a Waadi recht op gelijke behandeling. Dit betekent concreet dat de payrollkracht recht heeft op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt (opdrachtgever). […]

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws als het gaat om de juridische stand van zaken ten aanzien van flexarbeid?