Column over de Wet arbeidsmarkt in balans in FleXmarkt

maandag, 15 april 2019

Column over de Wet arbeidsmarkt in balans in FleXmarkt

Het schoonheidsideaal is aan verandering onderhevig. Ook payrollwerkgevers- en werknemers ontkomen niet aan een B(aadi)otox of een (Wab)filler. Het verschil met andere werkgevers en werknemers is dat zij verplicht worden ‘cosmetische ingrepen’ te ondergaan, zonder bekend te zijn met de lange termijn effecten. Met de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) en het Ontwerpbesluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Baadi) zou de payrollwerknemer ook op zijn oude dag ‘rimpelloos door het leven moeten kunnen gaan’. Of is dit een illusie?

Payrollwerknemers krijgen recht op een ‘adequaat pensioen’. Het tot op heden geldende uitgangspunt in de Pensioenwet dat het maken van afspraken over deze arbeidsvoorwaarde in principe een kwestie is van werkgevers en werknemers, wordt daarmee doorbroken. Dit betekent dat de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheid en de private partijen wijzigen. Dat terwijl de randvoorwaarden, die in de Pensioenwet zijn vastgelegd, niet wijzigen. Met als gevolg dat er vraagtekens worden gezet bij de houdbaarheid ervan.

De payrollwerknemer krijgt met de Wab en de Baadi recht op een adequate pensioenregeling. Dat klinkt veelbelovend. Volgens de Baadi is hiervan sprake in de volgende twee situaties:

1. als eigen personeel van de inlener recht heeft op deelname aan een pensioenregeling geldt deze pensioenregeling ook voor een payrollwerknemer. Met die voorwaarde dat die een gelijke of gelijkwaardige functie bekleedt als het eigen personeel , dan wel

2. als de inlener zelf geen personeel met een functie gelijk of gelijkwaardig aan die van de payrollwerknemer in dienst heeft, maar er wel recht bestaat op pensioen voor werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps-of bedrijfsleven waarin de inlener werkzaam is.

Als er geen sprake is van een van de twee voornoemde situaties, dan bestaat er geen verplichting tot het aanbieden van een adequate pensioenregeling. Bepaalde sectoren kunnen hier creatief gebruik van maken. Denk bijvoorbeeld aan de ICT- / IT-branche of de champignonsector, maar ook tal van andere bedrijfstakken zien kansen. In de ICT- of IT-branche bestaat bijvoorbeeld geen verplicht bedrijfstakpensioenfonds. Stel dat een ICT-bedrijf geen pensioen aan haar eigen personeel aanbiedt.  En er gaan daar payrollwerknemers werken in gelijke of gelijkwaardige functies als de werknemers in dienst van het ICT bedrijf zelf. Is de payrollonderneming in dat geval dan verplicht om een adequate pensioenregeling aan te bieden? Het antwoord is nee. Dit is verwonderlijk, aangezien het nu juist de bedoeling was om de arbeidsvoorwaarden voor payrollwerknemers te verbeteren; uitzendkrachten komen er immers beter vanaf (ook is het ‘maar’ met een basis pensioenregeling van StiPP).

Helaas zijn net zoals bij botox en fillers, de echte lange termijn effecten van de B(aadi)otox en (Wab)filler vrij onzeker. Is het een symbolische maatregel of wordt de payrollwerknemer er echt mooier (beter) van? De tijd zal het uitwijzen.

Bron: FleXmarkt 25ste jaargang / april 2019, p. 30.

Schrijfster: Hendarin Mouselli

 

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

FaLang translation system by Faboba